Posts tonen met het label Hoger Onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hoger Onderwijs. Alle posts tonen

zaterdag 18 mei 2013

Verslag van een bezoek aan het congres Social media in het Onderwijs

Ik was bij het congres social media in het onderwijs in Amsterdam, Eye. Inspirerend congres in een prachtige locatie! Ik heb nog langs het IJ gewandeld en later ook nog over de Zeedijk.

Het congres duurde 3 dagen. Woensdag 15 mei ging over het basisonderwijs, Donderdag 16 mei ging over het voortgezet onderwijs en vrijdag 17 mei ging over het hoger onderwijs. Ik was er op vrijdag, de dag over het hoger onderwijs.

Een aantal bijdragen op het congres is nog online te bekijken: http://mediasite.mediamission.nl/Mediasite/Catalog/Full/7b6ed1e8627e48c78a7a73bb56ef1c7421

Ik heb de volgende bijdragen gezien:

Ian Carrington van Google liet de trends zien. Het begon een afgezaagd verhaal te worden, maar toch besloot ik nu toch eindelijk aan de echte smart phone te gaan. Die kan scannen, waartegen je kan praten.

Inspirerend: workshop van HAN-docenten (Weer de HAN! die kom je op elk congres tegen!) over de herinrichting van een communicatie-opleiding om de digitale media mee te nemen. Nieuwe invalshoeken, ook voor ons: veel meer aandacht voor e-marketing, e-strategieen, e-research, e-management.

De aanleiding was dat iemand uit het werkveld constateerde dat de stagiars en afgestudeerden 'niets' wisten van methodes, theorieën en tools van e-marketing. Zij sprak met de directeur van de opleiding, die haar vervolgens uitnodigde in dienst te komen om te helpen het programma aan te passen. Wat ze deden was het volgende:

Inventarisatie waar de opleiding stond; inventarisatie van de nieuwe benodigde kennis in nauwe samenwerking met het werkveld, (middels interviews) en vervolgens een volledige nieuwe opbouw van het programma. en uiteraard de bijscholing van het personeel. Internet, digitalisering zit nu overal in het programma. Niet als aparte onderdelen, maar volledig geïntegreerd. Niet alleen e-marketing, maar ook brand marketing, overheidscommunicatie, crisiscommunicatie, bedrijfscommunicatie enzovoorts. Ze vertelden ook dat studenten verplicht werden te gaan bloggen, twitteren enzovoorts, en blogs te volgen van mensen in hun vakgebied.

Learning Analytics van Erik Duval (Leuven). Absoluut aan te bevelen om alsnog te bekijken. Humor, nieuwe inzichten en verbazingwekkende toepassingen. Geen examen meer, maar tracking van studentenactiviteit en op basis daarvan bijsturen, aansporen en uiteindelijk punten toekennen. Weg met het examen, zei hij. Hij praatte niet alleen, hij deed het. Ook zei hij: ELO's zijn volkomen achterhaald. Omdat ze onhandig zijn in gebruik en vooral omdat ze gesloten zijn. Hij gebruikt als leeromgeving een Wiki. Verder laat hij studenten twitteren en bloggen.

Maar hij zei nog veel meer. Kijken!

Een lezing van Marco Derksen over tracking van trends op social media en hoe een organisatie hier gebruik van kan maken. Moet maken: crisiscommunicatie, brand marketing, customer service, enz.

Een opsteker voor onze Van Hall collega's: Marco Derksen heeft onderzoek gedaan naar de snelheid waarmee hbo's en uni's antwoorden op vragen die ze via social media bereiken. Van Hall staat nummer 2 in de lijst. Uni Twente staat 1: gemiddeld binnen een half uur (!!!!!).

Een programma waarmee je kunt volgen hoe je organisatie op de social media besproken wordt is Coosto. Abonnement is 800 of 900 euro. Hiermee wordt gedrag op veel sociale media gecombineerd en in grafiekjes gepresenteerd. Absoluut van waarde. Mijn opmerking: dergelijke diensten bestaan ook gratis. Bijvoorbeeld seekatweet. De meerwaarde zit hem in het combineren van al die info.

En een keynote van Anka Mulder, van TU Delft , maar ook van de Open Courseware Consortium, over open educational resources (OER), moocs, enz. Het hoger onderwijs gaat drastisch veranderen. Wereldwijd neemt de behoefte aan hoger onderwijs in zeer rap tempo toe. Tegelijkertijd zien we dat de kosten ervan uit de hand lopen, zozeer dat de toegankelijkheid in het geding komt. Willen we het hoger onderwijs toegankelijk houden, dan moeten we digitaal gaan. En.... Studenten zullen gaan voor de kwaliteitscolleges online. Kwaliteit van colleges wordt bijzonder belangrijk.

De belangrijkste boodschap: het zijn geen verhalen over de toekomst, we praten over het heden. NU gebeurt het.

zaterdag 9 maart 2013

De HBO-examens moeten beter: Afspraken van de HBO-raad met de minister

Vanwege de maatschappelijke onrust over de kwaliteit van de HBO-examens, heeft de HBO-raad een onderzoek laten uitvoeren naar de wenselijkheid van landelijke examens, onder leiding van professor J.A. Bruijn. In het rapport van dat onderzoek, Vreemde ogen dwingen, wordt aanbevolen meer externe beoordeling van de examens te laten plaatsvinden.

Commissie Bruijn adviseert om instellingsoverstijgende toetsen in te voeren, of – indien dat niet mogelijk is - te werken met ‘vreemde ogen’. Externe beoordelaars dus. Daarnaast adviseert de commissie een gezamenlijk protocol in te voeren voor individuele eindscripties. Tot slot adviseert de commissie de examinatoren te professionaliseren middels een basis- en seniorkwalificatie examinering.

Goede en gedegen aanbevelingen, waarbij rekening is gehouden met de unieke, goede kenmerken van het hbo, namelijk de integratie van de beroepspraktijk in zowel het onderwijs als in de toetsen.

Naar aanleiding van dit rapport heeft de HBO-raad met minister Bussemaker van het ministerie van Onderwijs de volgende afspraken gemaakt:

  1. Pilots met gezamenlijke toetsing
    • Iedere hogeschool (met opleidingen buiten de educatieve sector) start met èèn pilot gericht op de totstandkoming van een gezamenlijke toetsvorm.
    • Iedere hogeschool schrijft ook een Plan van Aanpak waarin staat hoe de hogeschool de externe validering vorm gaat geven.
    • Er komt een Handreiking gezamenlijk toetsing, die in september 2014 gereed is.
  2. Beoordeling van eindwerkstukken Er komt een protocol voor de toetsing van “kern”-werkstukken. Dat zijn eindwerkstukken, scripties, stageverslagen, ontwikkeling prototypes, kunstwerken, voorstellingen, etc.
  3. Toetsdeskundigheid van docenten, ontwikkeling Basis- en Seniorkwalificatie examinering (BKE/SKE) De hbo-raad gaat een module BKE ontwikkelen, die opgenomen wordt in de deskundigheids-bevordingsprogramma basisvaardigheden didactische bekwaamheid (BDB). Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de SKE. Gereed 1 september 2013.

Het moge duidelijk zijn dat deze nieuwe maatregelen grote consequenties zullen hebben voor de werkzaamheden van de examencommissies. Zo zal de aanwijzing van examinatoren in de toekomst gekoppeld gaan worden aan de kwalificatie examinering. Daarnaast zal een deel van het dagelijkse werk van de toetscommissie verlicht worden, door de invoering van gezamenlijke examens, maar tegelijkertijd zullen de examen- en toetscommissie ook een rol moeten spelen bij de totstandkoming van die gezamenlijke examens.

Toen ik over de afspraken las, was ik aanvankelijk teleurgesteld. De afspraken lijken een afzwakking van de aanbevelingen van de commissie-Bruijn. Ik vind het jammer dat de aanbeveling om met externe validering te komen, versmald wordt tot pilots, zonder dat er duidelijke afspraken liggen over een vervolg van die pilots. Wat als de pilots zijn afgelopen? Gaan we dan weer op de oude voet verder? Misschien ben ik wat pessimistisch, maar ik denk dat we echt met zijn allen moeten willen dat de oude situatie niet meer terugkomt. En hoewel dat nu ondenkbaar lijkt, denk ik dat gezien het gebrek aan continuïteit in het Hoger Onderwijs (lees: managers komen en gaan in hoog tempo), best denkbaar is. Nadat het stof gedaald is, komen er voor de bestuurders vast wel weer hippere onderwerpen aan, de komende jaren.

Maar bij nadere beschouwing zie ik het minder somber in. Het protocol voor de eindwerkstukken en de kwalificatie examinering komen er aan, en dat zijn goede ontwikkelingen. En omdat IEDERE hogeschool een pilot moet doen en IEDERE hogeschool met een plan van aanpak moet komen, gaat ook iedereen erover nadenken. Examinering komt bij IEDERE HBO op de agenda te staan.

Bovendien begint het nieuwe accreditatiestelsel ook zijn vruchten af te werpen: opleidingen die niet goed zijn, worden nu gewoon afgekeurd... Hoe pijnlijk ook, de feit dat nu opleidingen te horen krijgen dat hun examinering beter moet, zorgt ervoor dat de examinering ook blijvend verbeterd gaat worden.

De kwalificatie examinering (als onderdeel van de basisvaardigheden didactische bekwaamheid) zal overigens het gunstige bijeffect hebben dat de continuïteit in het onderwijs zelf vergroot wordt: het management zal meer moeite doen om een vast team aan docenten te formeren en zal minder snel verleid worden om een schil van inwisselbare docenten in te zetten. Kortom, de professionaliteit van de docenten wordt weer belangrijk. Dat past in de huidige trend (denk ook aan aan de international onderwijs SUMMIT die in Nederland gehouden wordt in 2013).

En dat is de belangrijkste factor voor goed onderwijs: goede, professionele docenten.

PS. Over (gebrek aan) continuïteit in het onderwijs en de gevolgen daarvan, wil ik binnenkort een andere blog schrijven.

maandag 4 maart 2013

Zijn MOOCs ook iets voor het HBO??

Afgelopen week had SURF een seminar over MOOC's georganiseerd. Dat was nogal succesvol: er waren veel mensen aanwezig, er waren interessante bijdragen. Na afloop had iedereen een overzicht gekregen van de huidige stand van zaken. Er werd onder andere over de volgende topics gesproken:

Wat is een MOOC (massive open online course)? Zijn er verschillende soorten MOOCs? Wat voor platforms zijn er? Hoe open is 'open'? Hoe zullen MOOC's zich in de toekomst ontwikkelen? Wordt het hoger onderwijs erdoor bedreigd? Tot slot werd het Openuniversiteitsmodel vergeleken met het MOOC-model, en vertelde Fred Mulder van de OU over de gezamenlijk reactie van de Europese OU's op de ontwikkelingen. Alle bijdragen zijn nog na te lezen en te bekijken op de site van SURFspace.

Interessant is dat de MOOC's zich verder aan het ontwikkelen zijn. Een aantal nog bestaande hiaten in MOOC's wordt nu ingevuld; peer grading-functionaliteit wordt toegevoegd, samenwerkmogelijkheden gecreeerd en de certificering komt van de grond. Aanvankelijk werden er nog geen echte certificaten uitgegeven aan geslaagde studenten, maar die komen er wel aan: studenten leggen examens af op verschillende plekken in de wereld. De drie platforms zijn daarvoor gaan samenwerken met specialistische bedrijven. Wie slaagt krijgt een echt certificaat. Op dit moment worden er bij vijf MOOC's certificaten afgegeven. En hiermee worden ook vrijstellingen mogelijk.

Er waren veel mensen van HBO's in de zaal aanwezig. Bij hen leefde de vraag: Kunnen HBO's ook iets doen met MOOC's en zo ja, wat? Het antwoord op die vraag gaf Timo Kos. Hij stelde dat er in de toekomst mogelijk twee of drie platforms zullen zijn, en een aantal producenten van MOOC's. Alleen die producenten zullen succesvol zijn als ze tot de topvijf in de wereld behoren of een niche-opleiding hebben. Dat betekent dat het voor HBO's niet erg zinvol zou zijn een MOOC te gaan ontwikkelen, tenzij het om een unieke opleiding gaat. In Nederland denk ik dan ook bijvoorbeeld hotelscholen, die wereldwijd tot de beste beroepsopleidingen behoren.

Maar misschien zijn er nog meer mogelijkheden voor de HBO's. Zij zijn erg sterk in nieuwe vormen van onderwijs: onderwijs waarin de theorie en de praktijk worden geintegreerd: Praktijklessen en toepassingsopdrachten enzovoorts. De huidige MOOC's voorzien daar niet in. Dat betekent dat enerzijds campusonderwijs van de HBO's niet geevenaard kan worden, anderszijds dat er nog ontwikkelingsmogelijkheden zijn in de huidige MOOC's, waarin HBO's een rol kunnen spelen.

zaterdag 2 maart 2013

Late samenvatting bijdrage Paul van Deursen, op het NVAO-congres

Examencommissies

NVAO-congres, bijdrage Paul van Deursen

Professionalisering van Examencommissies, de tweede stap.

Nu de (meeste) examencommissies de eerste stap hebben gezet in hun professionaliseringstraject en het nieuwe wettelijke kader als uitgangspunt nemen in hun dagelijkse beslissingen, moeten ze de tweede stap gaan zetten: het daadwerkelijke toezicht op de examens en het eindniveau van de opleidingen. Examencommissies moeten die stap zetten en ze weten dat ook, maar ze worstelen ermee. Want hoe hou je nu daadwerkelijk toezicht? Hoe is de verhouding tot de leidinggevenden? Hoe krijg je het respect van de docenten? Hoe krijg je de kennis om het eindniveau te kunnen beoordelen?

Op het NVAO voorjaarscongres 2013 lichtte Paul van Deursen een tipje van de sluier. Hij gaf de volgende tips:

  • integreer de visie van de opleiding in je toetsbeleid. 
  • hou toezicht op het niveau, door: 
    •  contact te houden met alumni en het bedrijfsleven en de oren open te houden (wakend oog!) . Kom in  actie als je hoort dat bedrijven minder tevreden raken over de stagiaires en afgestudeerden. Of als de alumni aangeven kennis of vaardigheden te missen. 
    • daadwerkelijk scripties te bekijken
    • goede toetscontrole
    • ga werken met gecommitteerden voor de stages/afstudeerprojecten.
    • externe beoordelaars
  •  cop = richt communities of practices op
  • bevorder kwaliteitscultuur: professionaliseer de docent, contact met de afnemers, plus toegepast  onderzoek, COP

Let op! Er komen meer wijzigingen aan! Gezamenlijke kennistoetsen, externe gecommitteerden, extern lid examencommissie

Een uitstekende bijdrage....

dinsdag 5 februari 2013

Leiderschap

Ik zag onlangs de veelgeroemde documentaire over de Hema. In die documentaire kun je zien hoe de Hema zich probeert aan te passen aan de veranderende tijd. Zo moet de Hema ook overgaan op fast fashion, wat betekent dat de kledingcollectie niet meer als voorheen twee keer per jaar vernieuwd wordt, maar doorlopend. Collecties worden niet meer als voorheen ontworpen aan de hand van de grote modeshows, maar ook door op straat te kijken naar nieuwe trends en die razendsnel te verwerken in nieuwe collecties. De Hema moest pijnlijke keuzes maken; een langlopende handelsrelatie met een Chinees bedrijf werd stopgezet en de productie werd verplaatst naar Turkije (wat op zichzelf al wijst op een andere interessante trend ).

Een andere verandering die Hema moest ondergaan was de expansie. Ook de Hema is opgekocht door een hedgefonds, die eist dat er meer winst wordt gemaakt. Eerst de Nederlandse markt, maar als die verzadigd raakt, wordt er in hoog tempo geëxpandeerd naar het buitenland. De collectie wordt daar weliswaar aangepast, maar de typische Hema-sfeer is beslist aanwezig. Je houdt je hart wel vast, als je ziet dat de Hema-directie alleen Engels spreekt, en dan niet eens zo goed Engels. In Frankrijk....

Wat me bijzonder opviel was de gelijkwaardige sfeer in het bedrijf en de betrokkenheid van iedereen die er werkt. Van hoog tot laag, iedereen werkt aan hetzelfde doel, en zo te zien op efficiënte wijze. Je zag de staf op bezoek bij Hema-vestigingen, pratend met iedereen. Eén keer per jaar werd het best presterende Hema-filiaal in het zonnetje gezet en dat wordt op ludiek wijze gevierd: het personeel van het hoofdkantoor neemt één dag de winkel over. Uiteraard nam de directeur die gelegenheid te baat om met zijn personeel te praten over de Hema en klanten te polsen over hun mening over de Hema.

In de documentaire zie je dat de directeur (CEO, zo u wilt) overlegt met zijn directe personeel, maar ook met de verkoopster op de werkvloer. Hij wil van haar horen wat de beste prijs zou zijn om een partij restanten te verkopen, en luistert aandachtig naar haar. Terwijl hij door de winkel loopt, legt hij producten in de schappen recht, hangt de prijskaartjes terug op hun plaats en raapt iets van de grond.

En ik moet zeggen... ik werd er wat afgunstig van. Stel je voor dat wij in het (hoger) onderwijs zulke directeuren hadden? Bazen die een keer een kijkje komen nemen, een keer een praatje maakt met een willekeurige student of docent en hen vraagt wat ze ergens van vinden? Zou het hoger onderwijs er niet beter uitzien? Ik denk het wel, sterker nog, ik weet dat het uitmaakt. Avans hogeschool had tot voor kort zo'n directeur. "Congressen? Naar het buitenland? Dat laat ik graag aan anderen over", zei hij op een congres van de HBO-raad dat ging over Risico's in het Hoger Onderwijs (mei 2011). Hij zat liever 's morgens in de bus naar zijn werk en praatte dan met studenten. En greep in, als hij hoorde dat iets niet goed ging.... Is het een wonder dat Avans op nummer een staat in de hbo-ranking?

Maar een betrokken directeur zie je zo weinig in het hbo, dat je begon te denken dat een dergelijke werkwijze niet mogelijk is..... Maar Hema en Avans bewijzen dat het wel kan.

Zie ook: Het onderwijs van Morgen, volgens Jeroen Smit.

zaterdag 26 januari 2013

Waterscheiding in het Hoger Onderwijs

Je kunt momenteel duidelijke tendenzen aftekenen in het Hoger Onderwijs: er zijn scholen die snijden in hun opleidingen, heldere, studeerbare programma's neerzetten, met een strenge norm komen , een goed begeleidingsprogramma opzetten. Denk aan Fontys, Hogeschool Rotterdam, InHolland. De opleidingen van deze scholen zullen zonder veel extra moeite geaccrediteerd worden. Ze zullen niet meer, zoals vroeger, vlak voor de accreditatie noodverbanden moeten aanleggen om aan te kunnen tonen dat de opleiding heus wel goed is. Hun opleiding is simpelweg in orde, en dat hoeven ze enkel maar te laten zien.

Maar er zijn ook instellingen die weinig keuzes maken. De affaire met de alternatieve afstudeertrajecten, de nieuwe WHW, het nieuwe accreditatiestelsel, deze scholen laten het aan zich voorbij gaan. Ze doen een beetje dit, een beetje dat. Deze scholen zullen straks om aan de prestatienormen te kunnen voldoen, studenten door de eindstreep gaan slepen, met alle middelen die voorhanden zijn. En dan 'god zegene de greep' de accreditatiecyclus ingaan.

Bij hen gaan de accreditaties dan nog wel zoals ze vroeger soms gingen: er worden noodverbanden aangelegd, en er moeten snel nog allerlei veranderingen worden doorgevoerd. In noodtempo worden er dan verstrekkende besluiten genomen. Meestal per direct, wat echter in strijd is met de WHW (omdat het programma en de examens dan afwijken van hetgeen ligt vastgelegd in het Onderwijs- en examenreglement). Deze maatregelen hebben soms ook een flink negatieve invloed op de kwaliteit van het werk op de werkvloer, omdat er nu eenmaal maar veertig (in de praktijk zestig) uren in de werkweek van een docent zitten...

Maar in het nieuwe accreditatiestelsel kom je hiermee niet (meer) weg. In het nieuwe accreditatiestelsel moet je ook aantonen dat wat je beweert ook daadwerkelijk gedaan wordt:

Een goede opleiding heeft een degelijk studieprogramma dat in een helder onderwijs- en examenreglement beschreven staat. Een goede opleiding wordt regelmatig met de studenten en het bedrijfsleven geëvalueerd. De opleiding heeft een helder competentieprofiel en een goede BOKS (body of knowledge and skills), er is een duidelijk overzicht van de examens, die ook kwalitatief in orde zijn. Er is een examencommissie die daadwerkelijk toezicht houdt op het eindniveau en op het niveau van de examens, en er is een goed functionerende opleidingscommissie. Tot slot moet je aantonen dat het gerealiseerde niveau in orde is, met andere worden dat de studenten inderdaad kennen en kunnen wat je beloofd hebt in je competentieprofiel.

Maar met noodverbanden en noodbesluiten kun je onvoldoende scripties uit het verleden niet ineens voldoende maken.... Je ziet dan ook steeds meer opleidingen niet door de accreditatie komen. Momenteel zijn het er dertig, maar een flink zit nog in de pijplijn, getuige de oproep op de website van Van Deursen Onderwijsgroep, aan opleidingen die in een hersteltraject zitten.

En hoewel het natuurlijk nooit te laat is, heb ik toch de indruk dat er instellingen zijn die de boot gaan missen. Ik verwacht een waterscheiding in het Hoger Onderwijs.