zaterdag 26 januari 2013

Waterscheiding in het Hoger Onderwijs

Je kunt momenteel duidelijke tendenzen aftekenen in het Hoger Onderwijs: er zijn scholen die snijden in hun opleidingen, heldere, studeerbare programma's neerzetten, met een strenge norm komen , een goed begeleidingsprogramma opzetten. Denk aan Fontys, Hogeschool Rotterdam, InHolland. De opleidingen van deze scholen zullen zonder veel extra moeite geaccrediteerd worden. Ze zullen niet meer, zoals vroeger, vlak voor de accreditatie noodverbanden moeten aanleggen om aan te kunnen tonen dat de opleiding heus wel goed is. Hun opleiding is simpelweg in orde, en dat hoeven ze enkel maar te laten zien.

Maar er zijn ook instellingen die weinig keuzes maken. De affaire met de alternatieve afstudeertrajecten, de nieuwe WHW, het nieuwe accreditatiestelsel, deze scholen laten het aan zich voorbij gaan. Ze doen een beetje dit, een beetje dat. Deze scholen zullen straks om aan de prestatienormen te kunnen voldoen, studenten door de eindstreep gaan slepen, met alle middelen die voorhanden zijn. En dan 'god zegene de greep' de accreditatiecyclus ingaan.

Bij hen gaan de accreditaties dan nog wel zoals ze vroeger soms gingen: er worden noodverbanden aangelegd, en er moeten snel nog allerlei veranderingen worden doorgevoerd. In noodtempo worden er dan verstrekkende besluiten genomen. Meestal per direct, wat echter in strijd is met de WHW (omdat het programma en de examens dan afwijken van hetgeen ligt vastgelegd in het Onderwijs- en examenreglement). Deze maatregelen hebben soms ook een flink negatieve invloed op de kwaliteit van het werk op de werkvloer, omdat er nu eenmaal maar veertig (in de praktijk zestig) uren in de werkweek van een docent zitten...

Maar in het nieuwe accreditatiestelsel kom je hiermee niet (meer) weg. In het nieuwe accreditatiestelsel moet je ook aantonen dat wat je beweert ook daadwerkelijk gedaan wordt:

Een goede opleiding heeft een degelijk studieprogramma dat in een helder onderwijs- en examenreglement beschreven staat. Een goede opleiding wordt regelmatig met de studenten en het bedrijfsleven geëvalueerd. De opleiding heeft een helder competentieprofiel en een goede BOKS (body of knowledge and skills), er is een duidelijk overzicht van de examens, die ook kwalitatief in orde zijn. Er is een examencommissie die daadwerkelijk toezicht houdt op het eindniveau en op het niveau van de examens, en er is een goed functionerende opleidingscommissie. Tot slot moet je aantonen dat het gerealiseerde niveau in orde is, met andere worden dat de studenten inderdaad kennen en kunnen wat je beloofd hebt in je competentieprofiel.

Maar met noodverbanden en noodbesluiten kun je onvoldoende scripties uit het verleden niet ineens voldoende maken.... Je ziet dan ook steeds meer opleidingen niet door de accreditatie komen. Momenteel zijn het er dertig, maar een flink zit nog in de pijplijn, getuige de oproep op de website van Van Deursen Onderwijsgroep, aan opleidingen die in een hersteltraject zitten.

En hoewel het natuurlijk nooit te laat is, heb ik toch de indruk dat er instellingen zijn die de boot gaan missen. Ik verwacht een waterscheiding in het Hoger Onderwijs.

Het Hoger Onderwijs gaat selecteren aan de poort

Het hoger onderwijs gaat selecteren aan de poort. Opvallend is dat juist de populaire studies vooraan staan om mee te doen: business en rechten. Ze willen niet zozeer minder studenten, maar een ander soort studenten.

Zie: Aantal bacheloropleiding dat wil selecteren is verdubbeld.

Ik denk dat het een prima maatregel is. Juist bij de populaire opleidingen zie je een groot aantal studenten dat uitvalt. Sommigen hebben de zwaarte van de studie onderschat, anderen willen graag manager worden, maar hebben niet zoveel zin in theorievakken. Maar om te kunnen slagen moet je veel met de neus in de boeken zitten en hard werken. Sommigen valt dat tegen! Een uitval van 50% of hoger is bij bussinessopleidingen niet uitzonderlijk.

Selectie is nodig, omdat een schooldiploma alleen geen inzicht geeft in motieven om aan een studie te beginnen. Bovendien komen er in het HO studenten met verschillende diploma's, die niet allemaal evenveel inzicht geven in het kennen en kunnen van de student. Van een havo'er weet je zo'n beetje wat ze kunnen. (Ze kunnen bijvoorbeeld redelijk Engels spreken, maar ze kunnen geen Nederlandse samengestelde zinnen op papier krijgen). Van een mbo'er is dat al een stuk lastiger te bepalen, gezien de grote verschillen tussen opleidingen en ook verschillen in kwaliteit van MBO's. En wat dacht je van een middelbareschoolopleiding in Zimbabwe, afgesloten op nivo A? Of een bacheloropleiding Business in China?

De eeuwige vraag blijft hoe je de studenten dan kunt selecteren. Motivatiebrieven? Cijfers misschien? Hobbies en achtergrond? Een assessment , een portfolio? Nederlandse universiteiten geven aan hierop te gaan selecteren. Maar misschien moeten we over de grenzen gaan kijken, naar instellingen van hoger onderwijs die al ervaring hebben met selectie aan de poort. Mijn zoon doorliep onlangs een selectieprocedure voor een studie in Oxford. Die omvatte onder andere een motivatiebrief, een aanbeveling, een schriftelijke toets op het consultaat, en een gesprek in Oxford zelf. Dat is nogal wat!

Nu hebben veel instellingen voor hoger onderwijs wel al ervaring met selectie. De buitenlandse studenten die van buiten de EU komen, worden namelijk nu al geselecteerd. De ervaringen tot nu toe wijzen er op dat motivatiebrieven in ieder geval weinig inzicht geven. Met de studenten zal in ieder geval een persoonlijk gesprek gevoerd moeten worden.

Wat je met deze maatregel niet tegengaat, is het probleem van de gekochte diploma's. Een van mijn Pakistaanse studenten vertelde mij eens trouwhartig dat hij geen Pakistanen kende die niet zonder valse diploma's hier een studieplek hadden weten te verwerven. Een Bulgaarse student vertrouwde mij even trouwhartig toe dat in zijn land 'alles te koop' was, ook diploma's.

Onlangs was er op de Nederlandse televisie een hartverscheurende documentaire over nepscholen in China, die arme boeren veel geld aftroggelden om hun kinderen een bussinessopleding te bieden, met gegarandeerd Bachelordiploma. Het bleken fakeopleidingen te zijn: de docenten gaven les door Wikipedia op te lepelen.

Degene die de studenten werfde schaamde zich zo, dat hij iedere keer snel uit de steden vertrok, waar hij geworven had. Je zag een jongen die aan zo'n opleiding was afgestudeerd jammerlijk falen in zijn met veel moeite bemachtigde baan, omdat hij een aantal basisvaardigheden niet bezat. Hij moest excelsheets invullen en dat kon hij niet. De ouders zaten diep in de schulden, maar deze jongen slaagde er niet meer in een baan te vinden.

Nu is de trieste realiteit dat wij ook buitenlandse studenten in onze klassen hebben die niet de kennis en vaardigheden hebben die we op grond van hun vooropleiding van hen kunnen verwachten. Let op, ik zeg NIET dat veel van onze buitenlandse studenten binnen zijn gekomen met valse diploma's.

Ik maak me ernstig zorgen om de hoge uitval onder bepaalde groepen studenten. Dat heeft een grote impact, ten eerste op henzelf. Maar ook op docenten en medestudenten. En tegenwoordig blijven zelfs de schoolbesturen niet ongedeerd, die immers prestatieafspraken hebben gemaakt en straks afgerekend gaan worden?

Wellicht hebben we daar de mogelijkheid tot selectie aan te danken. Dank zij de prestatieafspraken, gaan nu de instellingsbesturen zelf de pijn voelen van de soms moeilijke situatie op de werkvloer. En zie, er gebeurt wat!

woensdag 9 januari 2013

Evaluatie Wet versterking besturing

Onlangs stuitte ik op een Powerpointpresentatie van een workshop die werd gehouden op de Studiedag Facta op 9 oktober 2012. De workshop "Kunt u de waarde van uw diploma's garanderen?" werd gegeven door een medewerker van de NVAO en een medewerker van de Onderwijsinspectie. Ik was zelf helaas niet bij de workshop aanwezig. Tijdens de workshop werden de werkverdeling en toepassingsgebieden van beide organisaties uitgelegd en tegen elkaar afgezet. Vervolgens werd er gediscussieerd over een aantal stellingen.

Ik ben erg enthousiast over deze presentatie: de belangrijke kwestie van de diplomawaardigheid wordt op een eenvoudige manier ingekaderd en de stellingen geven veel stof tot nadenken. Eén van die stellingen luidt:

"Binnenkort vindt evaluatie van de Wet versterking besturing plaats. Sinds deze wetswijziging heeft de examencommissie een zwaardere taak. Wat zou u graag onderzocht zien? Op welke vragen wilt u een antwoord?"

Over deze stelling heb ik een tijdje nagedacht. Ik kwam op de volgende evaluatiepunten:

- Ik zie om me heen dat ondanks de wet en ondanks de Handreiking, niet alle examencommissies voldoende tijd krijgen hun taken goed uit te voeren, waardoor bepaalde wettelijke taken niet gedaan worden, of niet volledig.

- Ook zie ik dat niet alle examencommissies een goede samenstelling hebben. Nog steeds bestaan sommige examencommissies uit leden die niet tot de inhoudelijke kern van het onderwijsgebied behoren waarover de examencommissie moet oordelen, waardoor het toezicht op de kwaliteit van de examens niet goed uitgevoerd kan worden. Cru gezegd: het zijn soms de docenten uit de marge van de opleiding die gevraagd worden voor de examencommissie. De examencommissie kan zelf een profiel opstellen van de examencommissie als geheel (hoeveel leden, welke kennis is nodig, wel/geen extern lid, etc) en bij iedere wijziging en uitbreiding dit profiel als uitgangspunt nemen. Toch blijft dit mijns inziens een knelpunt.

- De WHW zegt in artikel 7.12: "2. De examencommissie is het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of een student voldoet aan de voorwaarden die de onderwijs- en examenregeling stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad." Het opstellen van het OER is een verantwoordelijkheid van het instellingsbestuur. Maar wat als de OER niet in orde is?Wat kan de examencommissie dan doen? Er is dan geen grond om een diploma uit te geven, maar ook geen grond om die NIET uit te reiken. Dit is des te relevanter, nu blijkt dat naast alternatieve afstudeertrajecten, ook verkorte trajecten niet overal in orde zijn (zie het rapport van de onderwijsinspectie Goed verkort). Het zou mooi zijn als in de evaluatie gekeken kon worden naar de vraag: Wat kan de examencommissie doen aan een opleidingstraject dat niet aan de wet voldoet?

- Een ander punt is het aanstellen van de examinatoren. Examinatoren worden van ouds aangesteld door het instellingsbestuur: docenten nemen ook examens af. Aan examencommissies wordt sinds de nieuwe wet gevraagd/verzocht om de docenten als examinator aan te stellen. Dit kan verworden tot een administratieve handeling, waarbij de examencommissie geen daadwerkelijke zeggenschap heeft. Examencommissies kunnen hun verantwoordelijkheid nemen door profielen op te stellen van examinatoren en daarbij eventueel onderscheid maken in fases tijdens de studie (basisjaren, verdieping, stage-examinatoren en afstudeer-examinatoren), en aanvullende opleidingseisen stellen. Toch blijft de vraag wat de examencommissie kan doen met examinatoren die slechte examens afnemen.

Let wel, bovenstaande punten zijn geen 'fouten' in de wet, en examencommissies en instellingsbesturen kunnen in gezamenlijkheid goede diploma's waarborgen. Maar wat als die gezamenlijkheid er niet is?

Deze punten geven wel aan, en dan met name het laatste punt, dat de examencommissie en het instellingsbestuur soms innig moeten samenwerken. Ik denk dat de wet met zijn nadruk op de onafhankelijkheid van de examencommissie, waarbij de examencommissie een keer per jaar verantwoording aflegt en feitelijk zonder verder overleg de wet kan uitvoeren, of waarbij een instellingsbestuur examencommissies verantwoordelijkheden kan geven, zonder daadwerkelijke ondersteuning te geven, zijn doel voorbij kan schieten. Zonder overleg en wederzijdse hulp kan het niet.

zondag 9 december 2012

Slecht spellende Marokkanen volgens Jaap Dronkers

'Ik ben gefascineerd door de schoolcarrière van Mohammed B. Die haalde zijn diploma op een openbare havo, maar bleek slecht te spellen. Kijk maar naar de brief die hij schreef aan Ayaan Hirsi Ali. Misschien is er toen gedacht, ach zo'n zielige Marokkaan, die gun je toch een diploma. Maar dat is dan wel een diploma zonder kwaliteit. Je kunt natuurlijk tegenwerpen dat spelling niet in het centraal eindexamen wordt getoetst. Des te erger, zeg ik dan.' aldus Jaap Dronkers in de Volkskrant.

Jaap Dronkers is abuis. Niet alleen zielige allochtonen spellen slecht. Nagenoeg alle havo'ers die ik op het HBO in de klas had spellen slecht. En niet alleen dat, het gros heeft grote moeite met het formuleren van zinnen.

zaterdag 8 december 2012

A trip to Oxford

My son was invited by the University of Oxford to do selection interviews and we saw that as an opportunity to visit Middle England, where I've never been before. I've visited London a couple of times and I was in Ireland once, but was curious about the English countryside. Would it be as depicted on the telly? It was hardly imaginable.....

So, off we went..... We took the car to Dover, and took the tunneltrain to England. Being on the tunneltrain is a funny experience. You drive your car on a train, turn off the engine and wait. Once the train starts to move it feels like you are not really moving, but as if you are on a simulator : you move a little bit from left to right and vice versa but you do not feel yourself moving forwards. It only takes 35 minutes to arrive in England.

There we had to drive on the left side of the road. It is difficult in the beginning, but you get used to it quickly, except for the roundabouts. These remain crazy hurdles to take. 

The English roads turned out to be very good: three lanes on every side, with reflectors on every stripe. The ringroad around London was easy to take. Despite traffic hour, we hardly had any congestion. It's funny to ride on the M25, looking around, seeing nice hills and fields and the city nowhere in sight and  at the same time realizing this is the London ringroad. That's really different from say, the Amsterdam Ring, or the Groningen Ring or any other Dutch ringroad around a city ;) The Brits are good drivers, unlike the Belgians and the French.... 
We arrived in Oxford at a fairly nice time.

Our hotel in Headington turned out to be not so good. Its price was that of a five stars hotel, but its comfort of a two stars hotel: no central heating, no wifi (as was promised), an extremely tight and uncomfortable shower, English breakfast only between 7 and 8.15 and no real coffee. The latter was the most disappointing to me. But, the bed size was good and we slept very well. And on top of that, we had a lot of privacy, since the room was situated in the barn of the building.  We knew finding a new room in Oxford during Application Week would be difficult, so we decided to stay.

Next day we dropped my son off in the city centre, at Trinity College. From that moment we hardly heard anything from him. Afterwards he told us he had a very good room, a good bed, a nice canteen with fairly good food. He had two interviews, with Trinity college only. He had to stay there for a couple of days in order to be present in case other colleges wanted to interview him as well, but he did not receive other invitations. We do not know this is a good or a bad thing. We decided to view it as a good thing, since the interviews at Trinity went very well. He was questioned about some ancient texts, about an author of his own choice (he chose Seneca), about philosophy and history. They warned him though, that the UK immigration office might refuse him a study permit due to his young age (Next year he will be 17). We'll see.

Walking through Oxford gives you a dejavu feeling: you've seen it al on the telly. But in reality it's even more impressing. A quarter of the city center of Oxford consists of very old, very beautiful colleges, build in the middle ages or a little later. I've seen more impressive city centers before, but these were more or less dead centres, e.g. the Grote Markt in Brussels, or the centre of Florence. Nobody lives there, and hardly nothing is done with these buildings except preservation. But these Oxford buildings are really used. Take for instance the Bodleian library: a library still in use, people walk in and out (visitors not allowed).

That day, we took the car to the English countryside to find out those nice landscapes and lovely villages are real! These are not only picked for some television series, as I suspected, but these truly exist. I allways thought these were rare sites, only used for the telly, as we do in the Netherlands. But in middle England it really looks like that. Amazing! Bad roads, by the way, with lots of mud and even water on them.

The next day I went to the city center of Oxford again, alone, since Kees didn't feel well. I took the bus this time. That experience evoked some thoughts about the British culture. The Brits are extremely polite and well-mannered. They do not only queue  everywhere, they also stand up for everyone they think might need to sit down. They stand up as soon as they spot  a woman with a stroller entering the bus, they help her in and out the bus and direct her to the reserved strollerplace in the bus. The same with people with wheel chairs.

On the other hand, the driver had to refuse one woman with a stroller, since the stroller  plus the wheelchair spots were already occupied. That woman was disappointed but did not complain.... It was very cold outside and now she had to wait for the next bus.. That would take another ten minutes.....  For us, Dutch people, this is a strang experience. Dutch people do not only not care for other people, we also complain all the time, or even become angry when things aren't going as we want to.

You can also see another downside of this placid behaviour: Brits allways queue, without complaining, and you can sometimes see very long queues of 20 or more people, e.g. for buying a cup of coffee at the station. That is something you wouldn't see in The Netherlands that often ...  If it becomes too crowded, companies quickly open another service desk. Sometimes complaining helps ;)

It's really wonderfull to be in public spaces where people try to adjust and make everything run smoothly. I've seen it in London  as well, at the Underground stations. Extremely crowded, but efficient, because people try to follow some basic rules, e.g. to stand on the right on the stairways and to walk on the left. Sometimes an underground station is closed for a couple of minutes to prevent it becoming overcrowded. People then do not complain but immediately show that well-mannered behaviour, stand still and wait, and even queue to give room to other people. I'm extremely impressed by this. Take that with the well-mannered conversation methods, by being polite, smiling and making little jokes as social smearing and you have a society that is very good to live in, despite the weather. I do understand why the Brits are so proud of their culture.

Still, I have some mixed feelings about the English good manners. There are many implicit behaviour rules and for a stranger these are hard to catch. In those five of days I already had 4 of 5 small clashes with people who expected me to do something or say something, but I had no idea what that was.  

Another downside is that you do not know for sure what a Brit feels or thinks about you. Is he really friendly or is he only acting so? I think that when I would be here for a longer time, I would feel insecure about that.

Thursday we took the opportunity to visit my beloved city of London. We took the train from Oxford to London. There was some delay, but again, no one complained and everything went smoothly. We arrived at Paddington station and took a long walk to Trafalgar Square to visit the National Gallery. Another thing I really like  in London: all the museums are free!!! I think it's such a wonderfull thing. You show you are proud of your cultural treaures and want everyone to share in that. And what a treasures we saw! We saw some beautifull Rembrands and Hendrik Avercamps, and Monets and Manets, two nice Van Goghs and and and.... 

It's also nice to see some breasts painted by Rubens. I think there is no one so good in painting breasts that are full of milk. At one painting the breasts were even painfully engorged. You know, those breasts that become even square-shaped.

After visiting the National Gallery we received a call from my son. He announced he was done with his interviews. So, we decided to walk back to Paddington station. On our way we took the opportunity to get a flinch of the latest fashion. We did not only look at the shop windows, but also at the people on the streets. It seems that tight trousers with funny prints are the hottest thing for young men. Now you know!

On our way back we overheard a gentleman having several conversations over his cell phone. His conversation style was extremely well-spoken, well-mannered and enlarded with 'excellent's and 'splendid's, and I would have taken it for a caricature if I'd seen it on the telly. He was friendly, asking people to do small favours for him. It took a while before I realized he was a manager, directing people... This was a nice lesson management skills for me. Most important lesson: the bigger the favour, or the harder the message, the longer the introducing conversation with lots of jokes and laughs....

Back in Oxford we took diner at a Thai restuarant. Not really satisfying. When it comes to food, England does not seem to be the place to be. So far we had no luck with hotels and restaurants. I'll be glad when I'm able to eat some vegetables again, and some tasty cheese.

All those days we had luck with the weather. It was cold (around zero degrees centigrade) but there was no rain and no wind. The day we left though, we had a lot of rain and snow.....

We are now on our way back. Weather predictions said it would be snowy and stormy weather, but so far so good. We are at Hazeldonk now. 

vrijdag 19 juni 2009

Eerder

Eerder, om het maar alvast te leren.

Ik heb me altijd verbaasd over de trend om in de opvoeding en educatie van kinderen op een jonge leeftijd ergens mee te beginnen om alvast te wennen. Dat begint al als ze baby zijn. Baby’s van enkele weken oud moeten getraind worden om de nacht door te slapen ‘anders leren ze het nooit’. Kinderen leren op de peuterspeelzaal stil op hun stoeltje te zitten, om ze alvast te laten wennen aan de basisschool want daar moeten ze ook een zekere discipline opbrengen. Op de basisschool krijgen leerlingen al jong huiswerk omze alvast te laten wennen aan het huiswerk op de middelbare school en op de middelbare school moeten havo- en vwo-scholieren in het studiehuis leren zelfstandig te leren, om ze alvast te laten wennen aan het hoger onderwijs.

In sommige kringen gaat de trent ‘vroeg-vroeger-vroegst' nog verder: in de VS staan zelfbewuste en ambitieuze ouders met flashcards boven de wieg met daarop plaatjes met woorden, om baby’s alvast te laten wennen aan letters.

Mij verbaast deze trend. Ik denk dat er voor veel aan te leren vaardigheden een passende leeftijd is. Eerder beginnen heeft weinig zin. Baby’s kun je weliswaar op jonge leeftijd forceren de nacht door te slapen, maar ze zouden hetzelfde zonder veel moeite ook doen, als je zou wachten tot hun natuurlijke systeem er vanzelf aan toe zou zijn. Je kunt peuters leren op hun stoeltje te blijven zitten, maar kinderen die niet op een peuterspeelzaal zijn geweest leren als ze eenmaal in de kleuterklas zitten, in een paar weken wat er van ze verwacht wordt. Kinderen die naar de middelbare school gaan zonder ooit huiswerk te hebben gemaakt, kunnen ook daar leren wat de bedoeling is, zonder dat ze in groep 6 al uren thuis hoeven te blokken.

En studenten van 18 jaar zijn net op de goede leeftijd om een begin te maken zelfstandig te leren. Zoals gisteren in de NRC stond: als ze jonger zijn, zijn ze er simpelweg niet aan toe. Het geforceerde ‘we beginnen er vroeg mee, want dan wennen ze er alvast aan’ is in dit geval zelfs duidelijk schadelijk. Pubers hebben behoefte aan sturing en bemoediging. Ze leven in het hier en nu en ze kunnen moeilijk vooruit kijken. Het studiehuis is niet goed voor ze. Eerder is dus niet altijd beter. In dit geval is het slechter..

zondag 10 mei 2009

My life online

It was in the early nineties that I came into contact with internet. I worked at the Free University in Amsterdam as a linguistic programmer. We wrote computer programs that were able to process natural languages. One project we worked on was the automatic expansion of a lexical database. We had contact with a few people from TNO and they asked us to mail our lexical database to them. A few weeks before, our system manager had just informed us about a new facility that our Unix computers were about to provide. We could send a message to anyone who had a mail address. So, we wrote:

$mail -s "Lexicon" jaap@tno.nl < lexicon.txt

The TNO people however replied that the file we sent wasn’t complete… I wasn’t surprised… this new facility couldn’t work properly, I thought. Only later we found out, we made a mistake… The program we made that produced the lexical database, was full of bugs. It was us, who made a mistake, not the mail-tool….. That moment I didn’t realize that internet would play such a huge role in my life.

Browsing the internet
A few years later, in 1994, I started a new job at the University of Amsterdam. My colleagues were very excited about something they wanted to show me: Gopher. Gopher was a program that allowed me to explore maps and documents on computers all over the world, connected via a network, my colleagues called the Internet… Gopher gave me the opportunity to read scientific document and databases from universities from the States, and from (a few) other European countries! I now was able to find the most recent scientific results in a wink of an eye! I was thrilled about it.
But that wasn’t all. Only a few months later, something new came up: Mosaic, the first graphic browser. Mosaic did more or less the same as Gopher, but the navigation went by hyperlinks. By the use of the hyperlinks, you were able to click from site to site, from database to database, across the world. During those days I wasn’t only a programmer, I was also a young mother, looking for information about parenthood and breastfeeding. I found the first American site about breastfeeding, that nowadays has grown into the biggest and most complete site on the world; I found a mailinglist of nursing mothers which I joined, and I made my first own website, the first Dutch webpage on breastfeeding.

Internet Friends
During the first years online I made a lot of friends. First I got international friends, later I also got Dutch internet friends. We informed each other, supported each other or just chatted. In 1997 I made a journey through the States and Canada with my 15 months old son, to visit a few of my internet friends. This wonderful journey was enlightening and interesting, but it also created a turning point in my life online. I came to realize that you do not know online friends as well as you think you know them. With online writing you do not get insight into their real life character, their way of life, their attitude. I visited women who in real life would never have become my friends. For instance, because they were extremely shy, or because they were from a very high class, or orthodox religious. Some moments I realized I had nothing to say to them…

And now
I’m still thrilled about the internet. I cannot imagine having a life without internet. I find all the information I need, I have made friends from all over the world, buy a lot of goods online and am still enthusiast when a new internet application conquers the world. I am even becoming an internet nostalgic, who is thinking about the old days online and who is trying to find back all these old friends from those pioneering days online…. But though I still spend many hours online, I know now that if I really want to relax or really want to spend time with friends, I should turn off my computer, and step into real life…